Hoe (on)juist is de naam van Groepswerker?

Gepubliceerd op September 28, 2010

Door de jaren heen is er altijd veel kritiek geweest op de keuze van de benamingen van de teamrollen. Zo roept het woord Plant bij veel mensen heel andere – soms zelfs onprettige – associaties op dan bedoeld, blijkt een Brononderzoeker alles behalve een geduldige onderzoeker te zijn, geeft de naam Zorgdrager meer de zwakte dan de sterkte weer van dit wakkere en zorgzame talent en is de Voorzitter lang niet altijd degene die het best een team kan voorzitten. Ik weet het, ik weet het. De namen zijn inmiddels een eigen leven gaan leiden en hebben in de loop der jaren een soort van functionele autonomie verworven – die ook wel weer, op een gedachtenloze manier, prettig is. Maar als we het toch eens over mochten doen…….

In al die gesprekken kwam nooit de naam van Groepswerker onder vuur. Die lijkt als weinig anderen te passen, als een handschoen om een hand.

Maar is dat wel zo?

Vlak voor de zomer heb ik die vraag eens hardop gesteld en die via LinkedIn onder enkele gewaardeerde collega’s verspreid: is de naam van Groepswerker wel zo goed gekozen?

De GW is bij uitstek degene die zich richt op de verbinding met één persoon – en die dat met veel inzet en betrokkenheid doet. Als “natuurlijke” coach, vraagbaak en klankbord; als oog, oor en opvang bij het verwerken van emoties; als betrokken bondgenoot, die snapt en begrijpt en de eenzaamheid verbreekt;  als vrolijke metgezel en reisgenoot.

Maar wat draagt een GW nu eigenlijk bij op groepsniveau? Zie je niet vaak gebeuren hoe hij of zij alleen maar verward raakt als hij merkt dat de nabijheid met de één tot afstand met de ander leidt? Hoe hij verloren raakt als al die persoonsgebonden loyaliteiten door elkaar heen gaan lopen – en zelfs strijdig worden met elkaar. En dan afhaakt, of als een soort bliksemafleider de clown gaat uithangen, of alle problemen verzamelt, om z’n nek hangt en mee naar huis neemt in plaats van ze te laten waar ze horen: in de groep.

Kortom: is de naam van Groepswerker wel terecht?

Ja, toch wel, was de eensluidende reactie. Ten eerste, zeggen Jaco van der Schoor en Marijn Dane, is de GW de “sensitieve persoon” in de groep, die door zijn (sfeer)gevoelige antennes haarfijn kan aangeven waar de spanningen en de blokkades in de communicatie zitten. Als er voor zijn signalen ruimte en aandacht is – dat is wel een belangrijke voorwaarde, en met name in sterk targetgedreven culturen bepaald niet vanzelfsprekend – draagt GW sterk bij aan een klimaat van onderlinge acceptatie en ‘menselijkheid’.

Dat een rol vooral één-op-één goed uit de verf komt is niet uniek voor de GW, voegde Geert Docter toe. Er zijn wel meer teamrollen die in de dynamiek van een levendige of conflictueuze groep kunnen wegvallen, of juist zo opgefokt raken dat ze doorlopend doorschieten ‘in hun valkuil’ en daar niet meer uit weg te slepen zijn.

En uiteindelijk, zegt Hugo Sloot, is het ook nog zo dat zo’n begrip als Groepswerker, maar ook elk alternatief dat je daarvoor verzint, tóch bij iedereen weer andere associaties oproept. En zo hoort dat ook. Het aardige van het begrip is juist dat het van zichzelf zo weinig concreet is dat iedereen op zijn eigen manier het semantische veld van “Groepswerker” kan invullen met de woorden die voor hem of haar betekenisvol zijn.

Ik laat het er dus bij. Misschien is het ook wel meer aan de managers en de trainers om ervoor te zorgen dat een Groepswerker ook echt een Groepswerker kan zijn……

Rob Groen, september 2010

 

Met dank aan Jaco van der Schoor, Marijn Dane, Hugo Sloot, Wijnand Bruin en Geert Docter

Trefwoorden: , ,

Reageer